Door Edwin Barentsen, initiatiefnemer Kleurrijk Leven

Woensdag 25 augustus nam ik deel aan een gesprek over Positieve Gezondheid in de Goudsmithal. Onder leiding van Lydia Göbel waren daar huisartsen, huisarts assistenten, fysiotherapeuten, apothekers, leefstijlcoaches en patiënten bij elkaar om ervaringen uit te wisselen.

Wat verwachten wij van de zorg?

Als je een lichamelijke kwaal hebt of je zit niet lekker in je vel doe je een beroep op de huisarts. De huisarts is er om je van het euvel af te helpen. Kan deze het niet zelf, dan wordt je doorverwezen naar iemand die dat wel kan. Zo zijn we gewend om met elkaar om te gaan, toch?

Hoe willen zorgprofessionals met ons omgaan?

Voor een deel werkt het zo, maar lang niet altijd. De kwaal is de zwakke plek die opspeelt, maar wat zit daarachter? Om daar meer zicht op te krijgen zijn diverse methoden beschikbaar. Deze zien de mens als geheel. Is er balans tussen alle aspecten, dan zullen allerlei kwalen zich niet (of veel minder) voordoen.

Een voorbeeld ter verduidelijking

Er komt een man bij de dokter die ’s nachts slecht slaapt en overdag achter de computer zomaar weg kan dommelen. Hij vertelt dat het wat druk is op het werk en ’s avonds gaat hij laat naar bed. De dokter stelt hem gerust, want daar is iets aan te doen. Als hij weer wat vroeger naar bed gaat, zal een slaappil voor de komende 5 dagen wonderen verrichten. Dat is het idee.

Vanuit de methode Positieve Gezondheid zou er breder worden gekeken naar allerlei andere aspecten. Dan zou aan het licht komen dat de kinderen van de man ruzie hebben en dat veroorzaakt stress. Omdat het al wat langer speelt, neigt dit naar een chronische situatie. Om de stress weg te krijgen, zodat de man weer beter kan slapen en overdag fitter is, dient er heel wat anders te gebeuren dan een slaappil.

Bij de methode Positieve Gezondheid blijft de regie bij de patiënt liggen. Een simpele vraag vanuit de huisarts als “Wat heeft u nodig om deze situatie met de kinderen op te lossen?” laat de man inzien dat er iets bij hem moet veranderen en daar moet hij even over nadenken. Er worden een paar ideeën over en weer geopperd. Ze besluiten om volgende week daar samen op terug te komen.

De week daarna blijkt het gesprek al voor de nodige verlichting te hebben gezorgd. Hij ziet ook ernorm op tegen het gesprek met de kinderen. Toch heeft hij de stoute schoenen aangetrokken en een afspraak gemaakt om te vertellen wat de ruzie met hem doet. Het gesprek moet nog komen, maar de man is duidelijk opgelucht. Ze besluiten samen de ontwikkelingen af te wachten en voor nu niets anders te doen.

Zijn wij daar klaar voor?

Het voorbeeld is verzonnen, maar ter illustratie waar zorgprofessionals mee bezig zijn. Zo willen we toch allemaal geholpen worden? Dat vraagt van ons een andere verwachting van het gesprek bij de huisarts. En de uitkomst van dat gesprek begint met een verandering in ons zelf. Als we daarin geloven is de helft voor een betere zorg al gedaan.